Discussienotitie Mest als motor van de transitie
Vanuit het Praktijkaanpak-thema Monomestvergisting en mestverwaarding vertalen we de twee sleutels uit de discussienotitie Nederland van het stikstofslot naar een uitvoerbare, integrale mestketenaanpak. Daarmee geven we ook praktisch invulling aan de vier innovatiekansen uit de notitie — één emissieplafond per bedrijf, de kracht van het collectief, harmonisatie van milieu-, natuur- en mestbeleid, en ‘meten is weten’ — maar dan specifiek toegepast op de mestketen.
Download hier de discussienotitie Mest als motor van de transitie
Vragen vanuit de kijkers
1. Waarom heeft DK en N-IT zo'n hoog percentage mestverwerking en NL maar 5%? Wat doen DK en N-IT dat het daar 60% is?
Dit heeft te maken met de stimulering vanuit de overheid. Er zijn in deze landen goede subsidieregelingen en (eenvoudige) goed uitvoerbare vergunningprocedures. Samenwerking tussen veehouderij en akkerbouw wordt ook gestimuleerd.
2. Hoe droog je bij groengasproductie de dikke fractie digestaat, tot gedroogd digestaat voor koemestkorrels?
Momenteel gebeurt dit niet. In de meeste procedés is de scheiding met een decanter voldoende om de verschillende producten te maken.
3. In hoeverre kan het zijn dat het vooropzetten van het strippen nadelig is voor de productie van groengas? Bijvoorbeeld als de keuze wordt gemaakt om het strippen te combineren met wkk i.p.v. de productie van groengas?
Dit heeft geen invloed op de groengasproductie aangezien het strippen na de vergisting plaatsvindt. Bij de inzet van een WKK is er natuurlijk wel restwarmte voorhanden die gebruikt kan worden voor het strippen. Deze is bij groengasproductie niet voor handen. De benodigde warmte moet hier uit een andere warmtebron komen. Er is echt wel warmteterugwinning mogelijk wat de uiteindelijke warmtevraag niet veel hoger maakt. De restwarmte van de stripper wordt bij groengas productie ingezet om de vergister op te warmen.
4. Het lijkt erop dat vergunningen het enige probleem zijn. Is dat werkelijk zo? Zijn er geen technische, economische, financiële of sociaal-maatschappelijke uitdagingen?
Vergunningen zijn het grootste probleem. Daarnaast zijn er natuurlijk uitdagingen op de andere vlakken maar deze zijn in veel situaties goed oplosbaar. Niet alle situaties zijn goed oplosbaar, dus er zullen ook projecten zijn die geen doorgang kunnen vinden op economisch, financieel of sociaal maatschappelijk vlak.
5. Wat is de belangrijkste kritiek op monomestvergisting en deze manier van groengasproductie?
De kritiek die vaak wordt gegeven is dat het de intensieve veehouderij in stand zou houden. Onze reactie daarop is dat wij met dit concept aan de lat staan voor de blijvers. Wij gaan niet over de stoppers of het aantal stoppers dat is niet relevant. Voor de veehouders die blijven is dit een hele goede oplossing om emissies te reduceren en bij te dragen aan de maatschappelijke opgaves, zoals groengas productie, die er zijn.
6. Welke maatregelen moet TBO doen om (onderbouwd om subsidiegelden te kunnen ontvangen) aan te tonen hoe het ervoor staat in de natuur en hoe men dit verbetert?
Ze moet een goede natuurdoelanalyse doen en daar hun beheerplan op afstemmen.
7. Zijn er wetenschappelijke onderzoeken bekend naar wat het restproduct dat teruggaat naar de agrariër, doet op het bodemleven en gewasgroei?
Ja die zijn er. Dit is gedaan door Wetsus in combinatie met Bioclear Earth uit Groningen. Daarnaast heeft de WUR ook enkele onderzoeken gedaan.