Vervolgpakket: Nederland van het stikstofslot

Vervolgpakket: Nederland van het stikstofslot

Doelsturing en innovatie voor 15% ammoniakreductie.

4,3 miljard voor de landbouw begroting. Een gigantisch bedrag, maar nog geeneens 1% van de totale begroting van Nederland. Maar goed, ik heb ze niet elke dag. In deze begroting zit nu ook het vervolgpakket ‘NL van het slot’ van 2,6 miljard en let op; dat is bovenop het startpakket van 3 miljard dat in april in de voorjaarsnota al is aangekondigd. Er is dus eenmalig 5,6 miljard beschikbaar voor regelingen via LVVN voor landbouw en natuur om Nederland van het slot te halen. Van deze 5,6 miljard gaat er ongeveer 2 miljard naar de diverse vormen van opkoop, 627 miljoen naar extensivering, 500 miljoen naar natuur, 442 miljoen naar innovatie en ruim 1 miljard naar doelsturing. Het resterende miljard wordt nog verdeeld over diverse programma’s die dit uitgezette beleid moet helpen realiseren. We lijken wel gewend geraakt aan deze bedragen, maar dit gaat weer een enorme impact hebben op de agrosector. 

Afbeelding
Reductie ammoniak

Dan specifiek die 1 miljard voor de ontwikkeling van doelsturing en 442 miljoen voor innovatie. In al het geweld van de miljarden en opkoopregelingen sneeuwt dit stuk onder. Maar vergis je niet, doelsturing gaat voor de grootste groep agrariërs die willen blijven boeren toch de grootste impact hebben. Hier moet namelijk nog een groot deel van de totale reductie aan ammoniakemissies uit de landbouw vandaan komen. De PBL doorrekening van juni voorspelt een reductie van 25% in 2030 op reeds uitgezet beleid zoals de LBV regelingen, afschaffing derogatie en de maatregelen uit het startpakket. Het doel is om in 2035 voor 42-46% aan ammoniakemissie te hebben gereduceerd sinds 2019. Dat betekent dat nog zo’n 20% extra reductie met dit vervolgpakket gehaald moet worden, waarvan dus circa 15% uit doelsturing en innovatie. In de PBL berekeningen wordt hieraan géén reductie toegekend, er is immers nog teveel onduidelijk of onvoldoende geborgd. 

Zelf ben ik enorm overtuigd dat doelsturing op een bedrijf tot de hoogst mogelijke reductie per productie-eenheid leidt. Die 15% vind ik realistisch en is ook voor iedereen haalbaar met managementinspanningen en/of stalinnovaties dat zien wij terug in kpi’s en real-time metingen. Wel hoort daar ook een tegenprestatie vanuit de overheid bij; het moet dan ook volstaan. De landbouw heeft dan geleverd en binnen het totale bedrijf- of sectorplafond moet vergunningverlening weer mogelijk zijn. Zodanig dat er weer mogelijkheden voor modernisering, ontwikkeling, groei en perspectief ontstaan, onder die voorwaarde moeten we dit met z’n allen omarmen en er snel de handtekening onder zetten. Dat betekent nog wel dat er veel werk aan de winkel is. 

Vanuit de boeren moeten we werken aan kennis en kunde om de emissies te reduceren en vervolgens op een verantwoorde manier (fraude loos) bewijzen. En ik citeer uit de kamerbrief van 16 september: “Met het vaststellen van afrekenbare bedrijfsspecifieke normen voor 2035 weet elke agrarisch ondernemer waar hij of zij aan moet voldoen. De systematiek van doelsturing wordt momenteel verder uitgewerkt. Zoals aangegeven zal het kabinet de bindende bedrijfsspecifieke doelen via doelsturing voor melkvee-, varkens- en pluimveehouderij in 2026 vaststellen.” Dus, laten we direct beginnen!